Alweer dertig jaar geleden kozen we ervoor om uitsluitend bedrijfsmatig onroerend goed te gaan doen. Die beslissing had uiteraard een reden. Met één woord: relaties. Ik hou ervan om met mensen met wie ik werk relaties op te bouwen. En dat gaat lastig in de woningmarkt. De makelaardij voor de woningmarkt kent contacten, bedrijfsonroerend goed kent relaties. Voilà.
Als relaties de kans krijgen om te groeien, ontstaat er nog iets mooiers. Loyaliteit. Vroeger kende ik nooit zo goed het verschil tussen royaal en loyaal en misschien is dat verschil ook wel kleiner dan het woordenboek zegt. Het heeft iets van eerlijkheid. Gul zijn naar elkaar. Iets koninklijks ook. Eerlijkheid die uiteindelijk goedkoper is dan gezochte diplomatie: dan is de relatie geslaagd.
Ik heb nooit meegemaakt dat loyaliteit vanzelfsprekend is. Dat kan toch ook niet anders? Niemand in het zakenleven denkt dat loyaliteit te koop is of dat je er blind op kan vertrouwen. Ik vind dat niet meer dan logisch. Tuurlijk kan loyaliteit wel wat deukjes hebben, maar zelfs een betonblok kan kapot.
Vertrouwen valt of staat met de juiste mensen die voor en met je werken. Die kun je royaal belonen (en dat helpt vast in de weg naar loyaliteit), maar ook hier is openheid en eerlijkheid de nog betere weg. Mijn collega Mark-Jan Vermeij is dezelfde mening toegedaan. Hij werkt al meer dan twintig jaar met mij samen en zo’n vaste waarde geeft ook vertrouwen naar onze partners. Wij kennen hun, zij kennen ons. Daar gaat het volgens mij om.
Ik ken genoeg mensen die vinden dat het aloude werken aan relaties onder druk staat. Dat relaties en zeker lange termijnrelaties niet meer werken. Dat het tegenwoordig alleen nog maar om snelle transacties gaat en alleen maar om de korte termijn. Elke dag maak ik het tegendeel mee. In de bedrijfsmakelaardij werkt niets zo goed als de lange termijn, werken aan relaties en loyaliteit. Het gaat om gunnen omdat je weet dat je op elkaar kunt rekenen. Dat was dertig jaar geleden al zo en het is nu niet anders.
| Magazine Page 54 | Magazine Page 56 |