Familiebedrijven behoren wat mij betreft tot een buitencategorie. Regels en wetmatigheden die voor ieder bedrijf universeel zijn, werken vaak net even anders en er zijn meerdere belangen in het spel. Ben je onderdeel van een familiebedrijf, dan kan het zomaar zijn dat je regelmatig een extra stoel kunt aanschuiven bij het diner. Want het bedrijf neemt vaak een substantiële plek in binnen het gezin en de gesprekken die gevoerd worden.
Mijn vader en mijn broer hadden samen een bedrijf. En Cees en ik hebben samen een familiebedrijf overgenomen. Je moet duidelijke afspraken maken, want voor je het weet sta je tijdens het tandenpoetsen nog even iets te bespreken en dan is het gedaan met de nachtrust.
Tegenwoordig werk ik vanuit mijn coachrol vooral samen met tweede-generatieondernemers die het familiebedrijf overnemen. Want met de rijke geschiedenis, bewezen trackrecord en trouw klantenbestand neem je ook de minder zichtbare nalatenschap over. De mening van pa, de verwachtingen rondom de delivery en loyaliteit richting huidige processen. Die tweede generatie wil doorgroeien en uitbouwen. Dan heb je als ondernemer sterk in je schoenen te staan. Het kan namelijk erg ingewikkeld zijn als je als zoon of dochter een andere koers wilt gaan varen. Het is dan waardevol om een adviseur te hebben die volledig onafhankelijk is van alle partijen.
Vaak denken die ondernemers dat hun doelen voor het bedrijf loodrecht tegenover de familiebelangen staan. En dat kan stroperigheid opleveren. Dan kiezen ze een middenweg, water bij de wijn. Je snapt, dat heeft dan ook maar voor de helft effect. Maar het zal je verbazen hoe vaak die overtuiging bij de ondernemer zit terwijl het helemaal niet waar is. Pa en moe zijn al lang onthecht, alleen is de ondernemer te veel voor zijn ouders aan het denken. Hij verwacht wat zijn ouders vinden, in plaats van het zeker te weten.
Ja, die stoel mag gerust bijgeschoven worden aan tafel, maar dan misschien voor het gesprek wat nog gevoerd moet worden.